WAT IS COELIAKIE?
Patiënten met deze darmziekte kunnen geen gluten verdragen. Gluten zijn eiwitten die zich bevinden in granen: tarwe, rogge, haver, gerst. Zij bevinden zich ook in allerlei voedingsmiddelen zoals bijvoorbeeld soep. Bij Coeliakie beschadigen de gluten het slijmvlies van de dunne darm.  Daardoor ontstaat chronisch diarree en vaak malabsorptie.
Coeliakie geeft in principe op zeer jonge leeftijd al verschijnselen, namelijk bij kinderen van ongeveer negen maanden en wat ouder, na de introductie van brood en bijvoorbeeld koekjes in het dieet. Het probleem is dat vaak niet aan het voorkomen van coeliakie word gedacht. Dit komt ook doordat de symptomen vaak lange tijd minder duidelijk worden of zelfs verdwijnen. Op volwassen leeftijd komt de ziekte dan weer terug.
In Nederland heeft 1 op elke 100 mensen coeliakie. Gemiddeld is de kans op coeliakie dus ongeveer 1%. Bij eerstegraads familieleden (ouders, broers en zussen, kinderen) van mensen met coeliakie is de kans op coeliakie ongeveer 10%.

Diagnose
Voor het stellen van de diagnose is het nemen van een biopt nodig. Uit het biopt blijkt atrofie van het slijmvlies. De patiënt mag in dat geval enkele maanden geen gluten gebruiken. Een nieuw biopt laat vervolgens zien dat het slijmvlies is hersteld. Een glutenvrij dieet moet levenslang worden gevolgd.

Hoe eerder coeliakie wordt herkend, hoe beter de dunne darm kan herstellen. Daar is wel een strikt glutenvrij dieet voor nodig. Elk spoortje van gluten beschadigt de darm opnieuw. Coeliakie heb je levenslang. Sommige mensen hebben al zo lang een beschadigde darm, dat deze niet meer kan herstellen. Dat heet ‘refractaire coeliakie’. Een glutenvrij dieet werkt dan niet meer. En er is een verhoogd risico op kanker.

  • Malabsorptie: bij malabsorptie worden noodzakelijke voedingsstoffen onvoldoende door het darmslijmvlies opgenomen.
  • Atrofie: is afname van weefsel of orgaanmassa
  • Biopt: bij een biopt word een klein stukje weefsel weggenomen

Symptomen:
– diarree
– gewichtsverlies
– vermoeidheid
– gebrek aan ijzer en foliumzuur waardoor anemie (bloedarmoede) ontstaat.