Een fructose-intolerantie (malabsorptie) is een stofwisselingsziekte waarbij sprake is van een enzymstoornis in het lichaam. Bij een fructose-intolerantie mist het enzym aldolase-B. Normaal  wordt fructose in het lichaam omgezet naar glucose, maar door dit ontbrekende enzym kan de fructose niet worden omgezet en kunnen vruchtensuikers uit de voeding niet verwerkt worden in de dunne darm.  Bij een fructose-intolerantie brengen de vruchtensuikers die achterblijven in de dikke darm een gistingsproces op gang, met buikpijn, winderigheid en soms diarree tot gevolg. Daarnaast kunnen ook andere gevolgen optreden, namelijk ophoping en vergiftiging in de lever en nieren. Elk lichaam heeft  fructose nodig om goed te kunnen functioneren.

Fructose-intolerantie kan erfelijk zijn. Ongeveer een op de drie personen heeft problemen met de opname van monosachariden (de eenvoudigste koolhydraten, zoals fructose of lactose). Veel mensen met fructose-intolerantie kunnen wel kleine hoeveelheden fructose verdragen. Vanaf welke hoeveelheid iemand klachten krijgt, varieert. Sommige mensen hebben al klachten bij 1 gram fructose, terwijl anderen probleemloos 20 gram kunnen eten.

Diagnose
Net als bij lactose-intolerantie, kun je fructose-intolerantie met de waterstof ademtest aantonen. Hiervoor drink je een fructose-oplossing, waarnaar er gekeken wordt of je waterstof uitademt. Als er waterstof in de uitademingslucht zit, wijst dit erop dat de darmflora fructose heeft afgebroken en kan de diagnose fructose-intolerantie gesteld worden.

Behandeling
De behandeling van een fructose-intolerantie bestaat uit een dieet waarbij fructose en sacharose uit de voeding worden geschrapt. Begeleiding door een diëtist is hierbij noodzakelijk.